De volgende stap naar betere vruchtbaarheid van uw veestapel

2
feb
2015
0
Reacties
Een vruchtbare veestapel

Staat verbetering van de vruchtbaarheid van uw veestapel ook bij u hoog op de agenda? Niet vreemd, want een vlotte drachtigheid, verlaging van het inseminatiegetal en een kortere tussenkalftijd dragen direct bij aan de efficiëntie van uw bedrijf. Maar hoe weet u of u de meest effectieve aanpak volgt?

Vruchtbaarheid verbeteren vraagt om gerichte aandacht voor elke koe tijdens de hele cyclus van afkalven tot droogstand. Hoe regel je dat als je veestapel alsmaar groter wordt? Heel wat melkveehouders worstelen daar nog mee. De oplossing begint elke keer bij het kijken naar de kengetallen, zoeken naar de oorzaken van problemen en het consequent volgen van de koeien. Op basis daarvan kun je je aanpak aanpassen en de middelen kiezen om vruchtbaarheid structureel goed te managen.

Embryonale sterfte is het grootste probleem
De tussenkalftijd en het inseminatiegetal zijn belangrijke indicatoren voor de vruchtbaarheidsprestaties. Maar wat is nu de belangrijkste reden voor achterblijvende scores op vruchtbaarheid? Dat is vooral de embryonale sterfte.

Maar liefst 90 procent van de inseminaties leidt tot een bevruchte eicel, maar slechts 55 procent van de eerste inseminaties leidt tot een succesvolle geboorte van een kalf. Van de bevruchte eicellen sterft 24 procent af vóór dag 21; 6 procent tussen dag 21 en 42 en 5 procent daarna.

Oorzaken van embryonale sterfte liggen onder andere in verstoring van de innesteling van het embryo, bijvoorbeeld door pensverzuring, slepende melkziekte, een te hoog (boven 30) ureumgehalte. Dit heeft direct en indirect effect op het baarmoedermilieu en daarmee op de overlevingskansen van een embryo. Ook infecties als neospora, bvd en ibr kunnen leiden tot embryonale sterfte.

Monitoren van de vruchtbaarheid
Effectief monitoren van de koeien vanaf enkele weken na het afkalven tot en met de droogstand is een belangrijk onderdeel van goed vruchtbaarheidsmanagement. De belangrijkste ontwikkelingen en momenten om te monitoren zijn:

  • Het opschoonproces bij alle koeien na het afkalven
  • Bij koeien die na veertig dagen in lactatie nog niet tochtig gezien werden: onderzoek eierstokken en baarmoeder
  • Scannen van koeien en pinken op dracht vanaf 30 dagen na inseminatie (of na 35 dagen met MPR Dracht)
  • Conditieverloop van de verse koeien (vanaf afkalven tot dag 30 in lactatie). Hoe meer conditieverlies (zéker als dit meer is dan één punt), hoe later de eerstvolgende eisprong en hoe kleiner de kans op een geslaagde eerste inseminatie. Voeding en transitiemanagement spelen hierin een cruciale rol.
  • Voeropname en herkauwactiviteit tijdens en aan het einde van de droogstand en aan het begin van de lactatie

De aanpak en de middelen voor betere vruchtbaarheid
Monitoren is niet iets wat je gedurende één cyclus doet, maar onderdeel van een gestructureerde en consequente aanpak. Hoe u het vruchtbaarheidsmanagement verder invult is afhankelijk van wat u zelf wilt en kunt doen. Welke experts denkt u nodig te hebben en welke hulpmiddelen passen bij u en uw bedrijf?

Steeds meer bedrijven werken met een vruchtbaarheidsadviseur van CRV. De vruchtbaarheidsadviseurs zijn speciaal opgeleid en hebben een brede kennis van alles wat te maken heeft met vruchtbaarheid. Zij analyseren uw bedrijfssituatie, onderzoeken mogelijke oorzaken voor vruchtbaarheidsproblemen en formuleren samen met u doelen, verbeterpunten en een plan van aanpak. In het vervolgtraject kunt u de vruchtbaarheidsadviseur inzetten voor het monitoren van uw veestapel in verschillende stadia, vanaf het opschoonproces na het afkalven tot en met drachtcontrole kort voor de droogstand. De vruchtbaarheidsadviseur kijkt breed naar alle factoren die invloed hebben op de vruchtbaarheid. Speelt de voeding of gezondheid een rol bij de eventuele problemen, dan zal hij u zeker adviseren om de dierenarts en de diervoederspecialist te betrekken bij het verbeteren van het vruchtbaarheidsmanagement.

Nauwkeurige tochtdetectie en drachtcontrole
Hiernaast kunt u zelf direct sturen op verbeteren van de tochtdetectie en het vaststellen van dracht. We weten dat 40 procent van de tochtigheden plaatsvindt tussen 12 uur ’s nachts en 6 uur ’s ochtends. Het maakt een groot verschil voor de vruchtbaarheidsscores of je die tochtigheden wel of niet ziet. Een systeem als Ovalert neemt deze tochtigheden voor u waar en heeft zich in korte tijd bewezen als een succesvol middel om de tochtigheid beter te volgen en het juiste inseminatiemoment te bepalen.
Met MPR Dracht is het sinds halverwege 2014 mogelijk om automatisch via de melkproductieregistratie koeien te controleren op drachtigheid. Het grote pluspunt hiervan is dat de koeien die niet drachtig blijken te zijn, sneller in beeld komen. Deze worden dan onderzocht op afwijkingen of ze worden opnieuw geïnsemineerd. Ook dat helpt om de gemiddelde tussenkalftijd te verlagen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *