`Fokken op hoge levensproductie wordt gemakkelijker´

4
apr
2018
0
Reacties
levensduur
Specialist veestapelmanagement Tonnie Vissers

Met de nieuwe uitdraai van de stierindexen in april heeft GES verschillende verbeteringen in de fokwaarden doorgevoerd. Onder andere voor levensduur is dat goed nieuws, legt specialist veestapelmanagement Tonnie Vissers uit. ‘Door de nieuwe verbeteringen kunnen we nu een betere inschatting maken van de vererving van levensduur. We zitten dichter bij de waarheid.’

De roep om stieren met een hoge fokwaarde voor levensduur is groter dan ooit. Melkveehouders zetten volop in om binnen de beschikbare ruimte in de mestwetgeving zoveel mogelijk koeien te melken. Ze houden dus minimaal jongvee aan. Dat gaat alleen werken wanneer de veestapel een lage vervanging kent en de koeien gezond en productief oud worden. Specialist  veestapelmanagement Tonnie Vissers is dan ook verheugd met de verbeterde fokwaarden speciaal voor levensduur. ‘Het wordt gemakkelijker en betrouwbaarder om te fokken op levensduur.’

 

NVI verder uitgebreid

De verbetering van de fokwaarde levensduur is overigens niet het enige wat is veranderd met de fokwaarden van april. Vissers noemt nog een paar voorbeelden van vernieuwingen in de fokwaardeschatting: de informatie van klauwgezondheid én de besparing op voerkosten zijn toegevoegd aan de NVI. ‘Veehouders hebben aangegeven dat gezondheid en efficiëntie belangrijke thema’s zijn en de vernieuwde NVI houdt daar nu nog meer rekening mee.’ Hij vervolgt met nog een belangrijke verbetering: CRV heeft nu extra info voor genoomfokwaarden vanuit FokkerijData Plus. ‘We hadden informatie van 35.000 stieren, nu zijn daar ook nog 100.000 koeien aan toegevoegd. Hierdoor is de referentiepopulatie veel groter en beter geworden en daarmee zijn de fokwaarden betrouwbaarder.’ Vissers legt uit dat bij de FokkerijData Plusbedrijven de werkelijke prestaties van de dieren vergeleken worden met hun dna-profiel. Dit is de basis waarop genoomfokwaarden worden berekend. ‘Met het toevoegen van deze informatie stijgt de betrouwbaarheid van de genoomfokwaarden. Voor kilogrammen melk halen we zelfs een betrouwbaarheid van 80% en voor bijvoorbeeld uier ook al 73%.’

‘We weten steeds meer en hebben betere data, daarmee kunnen we de fokwaarden verbeteren’

Stijgers en dalers

De verbeteringen zijn een grote sprong voorwaarts, waarbij Vissers wel meteen de aantekening maakt dat het consequenties heeft voor de spreiding tussen de stieren. ‘Er komen fokstieren met meer dan 1.000 dagen levensduur, maar er zijn er natuurlijk ook die wat inleveren.’ Als specialist veestapelmanagement weet Vissers echter wat veehouders willen en daarom is hij blij met deze nieuwe ontwikkelingen. ‘Het is voortschrijdend inzicht. We weten steeds meer en hebben betere data, daarmee kunnen we de fokwaarden verbeteren. Het gaat er uiteindelijk om dat veehouders stieren kunnen kiezen met betrouwbare cijfers, ook voor levensduur. En daar hebben we nu weer een flinke verbeterslag gemaakt.’

Nieuw: dubbeldoel-NVI

Bij de fokwaardeschatting van april wordt er een specifieke NVI voor de dubbeldoelrassen geïntroduceerd. De mrij-commissie en het fleckviehstamboek, die samen in de dubbeldoelraad gaan plaatsnemen, hebben het initiatief genomen voor deze ontwikkeling. De dubbeldoel-NVI past veel beter bij het fokdoel van de veehouders met bijvoorbeeld mrij, fleckvieh of dieren van het Groninger blaarkopras. In deze specifieke NVI ligt er meer nadruk op omzet en aanwas naast ook meer weging voor uier. De nieuwe dubbeldoel-NVI zal zorgen voor meer rendement op het bedrijf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *