Kruisen met mrij: melk en een rug met vlees

categorie Levensduur
23
okt
2015
0
Reacties
Harry Lekkerkerker kruist holstein met mrij, naar zijn mening een ondergewaardeerd kruisingsras.

Harry Lekkerker is er wel uit. Hij gaat voor een combinatie van de melkrijkheid, maat en goede uiers van holstein met de eiwitaanleg, bespiering en vruchtbaarheid van mrij. De ideale kruising.

‘Waarom zou je zoeken in een buitenlands ras als er in eigen land ook een prima ras is om mee te kruisen?’, zo vroeg hij zich af. De mrij is als kruisingsras nog veel te weinig in beeld’, vindt de melkveehouder uit het Utrechtse Montfoort. ‘Buitenlandse stieren worden fanatiek gepromoot. Maar ik vind het een groot voordeel om te kunnen werken met een ras dat onder Nederlandse omstandigheden is gefokt, waarvan de Nederlandse fokwaarden bekend zijn en dat gewoon deel uitmaakt van het pakket van CRV.’

In de zomer lopen de dieren dag en Sinds de mrij zijn intrede deed op het bedrijf, is het eiwitpercentage met sprongen omhooggegaan, een groot voordeel voor de kaasmakerij. nacht in de weide en krijgen ze op stal alleen wat mais en krachtvoer. In de winter voert een loonwerker de dieren een mengsel van tachtig procent gras en twintig procent maiskuil. Daarbij moeten de koeien zichzelf kunnen redden. Voor individuele aandacht heeft Lekkerkerker geen tijd.
Samen met zijn vrouw Gerda beheert hij een veelzijdig en arbeidsintensief bedrijf dat drie hoofdtakken kent. Naast de melkveehouderij zijn dat de kaasmakerij, waarin alle geproduceerde melk zelf tot kaas wordt verwerkt, en de vleesvarkenshouderij die in 2014 nog werd uitgebreid naar 4000 plaatsen.

De hoogproductieve holsteins konden met de sobere bedrijfsvoering en lage krachtvoergift niet zo goed uit de voeten. Ze verloren in de piek van de lactatie te veel conditie wat leidde tot pootproblemen en matige vruchtbaarheid.
In de kruising tussen holstein en mrij ziet Lekkerkerker zijn ideale mix. Het holsteinstierras brengt melkaanleg, maat en uiervorm, de mrij-bespiering, eiwitpercentage en vruchtbaarheid.

De laatste jaren houdt de veehouder, die zelf zijn dieren insemineert, het dan ook simpel. In het vat zitten rietjes van niet meer dan drie stieren: één holstein, één mrij en een Belgisch witblauwe. De holsteins selecteert hij op eiwitpercentage en gebruikseigenschappen. ‘Naar liters en exterieur hoef ik niet te kijken. Dat zit bij de holsteins altijd wel goed’, is zijn ervaring. Bij de mrij’s krijgen melk- en uiervererving en maat de meeste aandacht. In de meeste gevallen worden de beide rassen om en om gebruikt, tenzij een dier te veel neigt naar holstein of mrij. Dan wordt een keer extra gecorrigeerd. Ongeveer de helft van de veestapel krijg een Belgisch witblauwe stier.

Eiwit en restwaarde
De mrij-kruislingen passen deHarry Lekkerkerker kruist holstein met mrij, naar zijn mening een ondergewaardeerd kruisingsras. no-nonsense boer goed. ‘Ze hebben een rustig karakter, zijn goede weiders en kalven dankzij een hellend kruis gemakkelijk af’, zo is zijn ervaring. Sinds de mrij zijn intrede deed op het bedrijf, is het eiwitpercentage met sprongen omhoog gegaan. In de kaasmakerij is dat een groot economisch voordeel, want zo kan meer kaas uit een liter melk worden gehaald.

Lekkerkerker schrijft het hogere gehalte naast de genetisch aanleg van de kruislingen, vooral toe aan een veel minder negatieve energiebalans in het begin van de lactatie. ‘Daardoor zakt het eiwitpercentage niet onderuit. Doordat de dieren de conditie op peil houden, is de vruchtbaarheid ook beter en ontstaan minder gezondheidsproblemen’, zo is zijn ervaring.

Een nadeel heeft de neiging tot zelfbescherming van de kruislingen ook. Als de tussenkalftijd te ver oploopt, hebben de koeien de neiging zichzelf droog te zetten. Lekkerkerker begint dan ook al op 30 dagen na afkalven met insemineren en dieren die niet op tijd drachtig zijn, worden zonder pardon gust gehouden en zelf afgemest. Zo houdt hij de tussenkalftijd op 390 dagen. Een groot deel van het vervangingspercentage, dat rond de 20% ligt, is dan toe te schrijven aan selectie op vruchtbaarheid.
‘Een groot probleem vind ik het niet. De dieren hebben altijd een hoge restwaarde. Ze wegen bij het afleveren altijd meer dan 300 kilo geslacht en classificeren meestal O+.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *