Theo Gieling: bruggenbouwer met passie voor roodbont

categorie Algemeen
31
jul
2019
0
Reacties
Theo Gieling: gek van fokkerij
Bruggenbouwer Theo Gieling neemt na 35 jaar afscheid van CRV en de fokkerij

Menig commissielid van welk melkveeras ook ter wereld kent Theo Gieling. In 35 jaar tijd heeft hij met zijn toegankelijke karakter wereldwijd veel genetica ontsloten voor de Nederlandse en Vlaamse markt. Te beginnen bij roodbont. ‘Fokkerij is als voetbal, je kunt er overal ter wereld uren over praten, als je maar iemand tegenkomt die er net zo gek van is.’

(bron: Veeteelt)

Een ontmoeting met fokkerijman Theo Gieling verloopt per definitie hartelijk. Voorzien van een haast onafscheidelijke glimlach benadert hij de persoon tegenover zich altijd op een gelijkwaardige manier. Gestoken in een geblokte blouse met bodywarmer lijkt hij eerder een van de veehouders voor wie hij zich zo graag inzette dan iemand die in 35 jaar bijna alle topfuncties binnen fokkerijorganisatie CRV heeft bekleed. Juist dat voorkomen van ‘gewone boerenjongen’ heeft hem in de fokkerij niet alleen heel geliefd, maar ook nog eens succesvol gemaakt. Hij ontwikkelde zich tot bruggenbouwer en zette in al die jaren veel samenwerkingen op waar de boer om de hoek rijkelijk van heeft kunnen profiteren. Niet in de laatste plaats de roodbontfokker, want voor rood vee had Gieling van huis uit nog net even wat extra passie. ‘Ik kwam bij KI Gelderland precies rond de holsteinisering binnen. De aankoop van stieren gebeurde toen nog via allerlei commissies. Maar dat wilde men, onder leiding van Jacob Chardon, niet alleen beter coördineren, maar ook geleidelijk gaan onderbrengen bij een foktechnisch medewerker. Te beginnen bij roodbont’, vertelt Theo Gieling, die deze rol kreeg toegedicht.

Het beperkte holsteinprogramma roodbont van destijds overziend, zocht de jonge foktechnicus al snel zijn heil in Duitsland. ‘We konden via inkruisen werken aan de holsteinisering, maar daar was onze achterstand te groot voor. In Duitsland waren ze al veel verder.’ Hij kocht bij de oosterburen roodbontstieren als Allure en Adjunct. Met name eerstgenoemde heeft met ruim 28.000 geregistreerde dochters een grote bijdrage aan de holsteinisering van roodbont Nederland geleverd.

 

Ontdekker van invloedrijke Stadel

Het bleef voor Gieling niet bij het kopen van stieren, hij zette ook diverse langdurige foktechnische samenwerkingen op. Zo ook de Gemeenschappelijke Exploitatie Roodbont tussen destijds CR Delta en VRV. Die samenwerking is een belangrijke voorloper geweest tot de samensmelting van CRV Nederland-Vlaanderen. ‘In de beginjaren zat ik bijna dag en nacht in het buitenland’, vertelt Gieling nog altijd enthousiast. ‘Zo kwam ik onderweg ook de moeder van Stadel tegen, een Cleitusvaars met roodfactor uit een heel beste Verymoeder.’ Op zijn advies werd na de combinatie met Stollberg Stadel geboren. ‘Hij is zonder twijfel een van de meest invloedrijke roodbonte stieren van Europa geworden. Altijd die vreselijk beste benen, een sterke uier, iets korte ribben en een uitmuntende levensduur.’ Die wat korte ribben en een spiertje extra kunnen Gieling wel bekoren. Hij heeft een voorliefde voor koeien die meer melk produceren dan je op het oog zou zeggen. ‘Boeren zoeken probleemloze dieren. Dan moet je niet aan de buitenkant willen zien hoe melkrijk een koe is. Marty – ook al een stier uit de koker van Gieling (red.) – gaf van die koeien die met twee vingers in de neus 120 lactatiewaarde scoorden. En als de boer vroeg om die vaars dan op te zoeken, ging je geheid de mist in.’

‘Je moet niet aan de buitenkant willen zien hoe melkrijk een koe is’

Gieling ervaarde het onlangs nog toen hij een van de CRV-proefbedrijven voor voerefficiëntie bezocht. ‘CRV-foktechnicus Pieter van Goor en ik konden samen, ondanks meer dan 50 jaar fokkerijervaring, niet zien welke vaars het efficiëntst veel melk produceerde en daarbij ook nog eens het snelst groeide. Die koe heeft toch een geweldige eigenschap? Hoe die efficiëntie tot stand komt, weten we nog niet, maar we kunnen al wel met het dier fokken, omdat we meten’, vertelt Gieling. ‘Ik heb het veelvuldig meegemaakt dat foktechnici alles op alles zetten om een bijzondere excellente koe te contracteren, terwijl de koe op veel vlakken niets kon toevoegen. Geef mij dan maar bewezen vooruitgang waar iedere veehouder wat aan heeft. Natuurlijk zie ik ook graag een fraaie keuringskoe, maar dat is niet het enige, zeker niet voor de commerciële melkveehouder.’

 

Fokkerij bleef trekken

Dat Gieling veel liefde voor fokkerij heeft, laat zich al snel raden. Hij kreeg het thuis op het ouderlijke bedrijf in Didam al mee. ‘Mijn moeder zei altijd dat ik de namen van de koeien eerder kende dan de namen van mijn broers en zussen’, vertelt Gieling met een aanstekelijke lach. De familie nam trouwens deel aan keuringen en daar leverde Theo maar wát graag een bijdrage aan. ‘We gingen met melkbussen vol met water de pinken in het land wassen om ze de volgende dag mee te nemen naar de keuring. We hadden er altijd hele ideeën over welke wel en welke niet mee moest.’

Toch werd niet Theo, maar broer Henk boer en het bedrijf is met 100 koeien tegenwoordig in Babberich gevestigd. ‘Ik ben direct na de mas aan het werk gegaan. Eerst als ambtenaar bij het Voedselvoorzienings-in- en verkoopbureau (VIB). Maar de fokkerij bleef trekken. Ik had echter ook wel in de gaten dat als je binnen de fokkerij wat wilde bereiken, je eigenlijk has moest hebben. Daar ben ik vervolgens op mijn 25e nog aan begonnen, maar ik heb er nooit spijt van gehad.’ Gieling deed zijn afstudeeropdracht ook al bij KI Gelderland, bleef daar vervolgens hangen en ontmoette er ook zijn vrouw Drea (58).

 

Voorloper in fokwaarden

Bescheidenheid is een eigenschap die naadloos bij Theo Gieling aansluit. Zichzelf op de voorgrond zetten doet hij niet graag en hij houdt het daarom al snel wat in het algemene. Wanneer hij achterom kijkt, is hij blij met de stappen die de inlandse holsteinfokkerij door de tijd heen heeft gemaakt. ‘Fokkerij moet je als een systeem zien waarbij je absoluut niveau moet hebben en consequent moet zijn. Wat dat betreft hebben we in Nederland vooropgelopen. De Inet-fokkerij van weleer wordt nogal eens verguisd, maar de winst is dat die ons in Nederland wel unieke hoge gehalten heeft gebracht. Ook zijn we hier als een van de eersten begonnen met het inwegen van secundaire cijfers en nu staan we
vooraan in het verbeteren van de voerefficiëntie en het toepassen van genomic selection. De verzameling van betrouwbare cijfers was en is uniek in de wereld. De stappen die zijn gemaakt, daar konden wij in mijn begintijd alleen maar van dromen.’ De bescheidenheid van Gieling ten spijt, was hij destijds als teamleider van Holland Donor en manager foktechniek wel medeverantwoordelijk voor deze stappen vooruit.

‘De winst van de Inet-fokkerij is dat we in Nederland hoge gehalten hebben gekregen’

Nooit baas gevoeld

De tweede helft van zijn carrière heeft Gieling zich veel beziggehouden met andere rassen. Zo zette hij de samenwerking op tussen het Nederlandse mrij en het Duitse Doppelnutzung, ontwikkelde hij mede het CRV-fokprogramma voor fleckvieh in Duitsland en Tsjechië en zette hij zich als productmanager in voor tal van andere kleine rassen binnen Nederland. Hij zocht bijvoorbeeld naar nieuwe stieren met de blaarkopcommissie en selecteerde de beste jerseystieren in Amerika. ‘Ik heb het altijd als een uitdaging gezien om dat te kunnen bieden wat bij de boer en de omstandigheden past. Hiervoor heb ik talrijke samenwerkingen opgezet. Dat lukte, omdat ik een mensenmens ben en graag samenwerk met mensen op basis van gelijkwaardigheid. Pas hoorde ik dat voor driekwart van de jongeren geldingsdrang hun werkmotivatie is. Ik heb dat nooit gehad en heb me nooit baas over anderen gevoeld. Ik wilde graag dat mensen dingen voor mij als persoon deden, maar niet omdat ik hun baas was.’

 

Gemis aan Europese index

Terug naar de fokkerij en in het bijzonder die van de andere rassen. Waar ook ter wereld heeft Gieling de beste bedrijven van alle rassen bezocht. Daarbij kon hij net zo genieten van een goede fleckviehkoe als van de beste jerseys. ‘Echte koeienkenners kijken dwars door de koe heen en zien de kwaliteiten van het dier ongeacht het ras. Ik vond het mooi om door samenwerkingen die kwaliteiten te ontsluiten, zodat ze overal ter wereld gebruikt kunnen worden op de plek die daarom vraagt. Nederland vraagt inmiddels met veel weidegang ook een ander type koe dan de “high-inputkoe” van Amerika. Daarom is kruisen ook geen hype. Er is een categorie veehouders die een hekel heeft aan fokwaarden en inteelt, daar past kruisen heel goed bij. Daarom heb ik daar ook mede het concept CrossFit voor opgezet, zodat de kansen en mogelijkheden zo goed mogelijk benut kunnen worden.’

Hoewel Gieling de fokkerij nog lang niet zat is, maakt hij toch gebruik van de mogelijkheid om met pensioen te gaan. ‘Ik heb veel gereisd, maar het is ook leuk om dat nu een keer met mijn vrouw Drea te doen. Daarnaast is het ook goed om zaken door te geven aan de volgende generatie, zeker als het fokkerij betreft. Fokkerij is vooruitkijken en dat lukt doorgaans beter met jonge mensen. Maar we blijven de fokkerij volgen. Daarnaast lijkt het me mooi om vrijwillig af en toe eens een boer die in de problemen zit, weer op weg te helpen. Ik heb tenslotte passie voor mensen en koeien.’

PORTRET
naam: Theo Gieling
leeftijd: 64
woonplaats: Nieuw-Wehl
opleiding: has Dronten
carrière: 35 jaar diverse functies binnen CRV, zoals foktechnicus, manager fokprogramma en productmanager melkveerassen
favoriete stieren: Kian en Sunny Boy (holstein), Vigor (brown swiss), Bernard (mrij) en Raldi (fleckvieh)
favoriete koeien: de duurzame Stadeldochters Welberger Janet 347 (Nederland) en Diggy (Duitsland)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *