Selectie op vruchtbaarheid of kruisligging?

categorie AEU, Fokwaarden
8
feb
2016
0
Reacties
Fantasy is een stier die uitstekend scoort voor kruisligging en ook nog eens een topbevruchter is. Hier een van zijn dochters Bertha 320 (eig: Vof A. Korevaar & M de Hoop, Bleskensgraaf, NL)

Nog regelmatig goed voor een discussie: heeft het exterieurkenmerk kruisligging verband met de vruchtbaarheid van de koe? De vruchtbaarheid van koeien met oplopende kruizen zou slechter zijn. Zo slecht, dat sommige fokkers bij hun stierkeuze rekening houden met de fokwaarde kruisligging om de vruchtbaarheid op het bedrijf te verbeteren. 

Relaties tussen kenmerken
Veel kenmerken hebben een relatie met elkaar. Die verbanden tussen kenmerken zijn zinvol, omdat informatie van het ene kenmerk iets kan zeggen over een ander kenmerk, zelfs als we van dat andere kenmerk geen informatie hebben. Zo zegt interval afkalven tot eerste inseminatie bijvoorbeeld al heel veel over tussenkalftijd, zonder dat we hoeven te wachten tot het kalf daadwerkelijk geboren is.

Fenotype versus genotype
Het is belangrijk onderscheid te maken tussen fenotype (de ‘buitenkant’ van de koe) en genotype (de genen of ‘binnenkant’ van de koe). Het verschil is dat het fenotype (buitenkant) bepaald wordt door genotype én omgevingsfactoren, terwijl het genotype ‘alleen’ bestaat uit het DNA van het dier.

Wanneer er een fenotypisch verband is tussen twee kenmerken, is er een verband tussen de meting van het ene kenmerk (de score kruisligging) en de meting van het andere kenmerk (vruchtbaarheid).

Wanneer er een genetisch verband is tussen twee kenmerken, is er een verband tussen de fokwaarde van het ene kenmerk en de fokwaarde van het andere kenmerk. Anders gezegd: dan worden beide kenmerken (deels) beïnvloed door dezelfde genen.

Hoe zit het met kruisligging en vruchtbaarheid?
Uit de cijfers van CRV blijkt dat er geen aantoonbaar verband is tussen kruisligging en dochtervruchtbaarheid (zowel fenotypisch als genetisch). Kruisligging zegt dus niet in directe zin iets over hoe vlot een koe drachtig wordt.

Kruisligging en afkalfgemak
Toch kan het wel zin hebben om kruisligging te betrekken in de fokkerijbeslissingen. Dieren met oplopende kruizen kunnen te maken krijgen met moeilijkere geboortes of problemen als urine die in de schede blijft staan. Door kruisligging gericht mee te nemen in de paring, kunnen deze specifieke problemen teruggedrongen worden.

Geen directe relatie tussen kruisligging en dochtervruchtbaarheidWat we hieruit concluderen
Er is dus géén direct verband tussen kruisligging en vruchtbaarheid. De genen die zorgen voor een oplopend kruis, zijn niet de genen die de koe vruchtbaar maken (die de eisprong regelen, die zorgen dat ze tocht laat zien of dat de baarmoeder gezond is). Ook hebben koeien met oplopende kruizen nauwelijks slechtere vruchtbaarheidsresultaten dan koeien met aflopende kruizen. Wel zien we dat koeien met oplopende kruizen iets meer kans hebben op moeilijke geboorten. Wilt u rechtstreeks fokken op vruchtbaarheid, dan is selecteren op het kenmerk dochtervruchtbaarheid het meest effectief.

Geschreven door: Animal Evaluation Unit

Dit blog is op 10 februari 15:00 aangepast naar aanleiding van opmerkingen van lezers.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *