Nieuws FWS april 2012

categorie Fokwaarden
1
apr
2012
0
Reacties

! Let op:
Voor de stiereigenaren is de publicatie op dinsdag 3 april om 11 uur. De publicatie voor het publiek is op woensdag 4 april 2012 om 11 uur.

Bij de fokwaardeschatting van GES van april 2012 wordt een aantal veranderingen bij de fokwaardeschatting doorgevoerd, te weten:
1. Aanpassing van NVI en onderliggende indexen
2. Berekening vleesindex
3. Berekening van verwantschapsgraad
4. Aanpassing bij omrekening via Interbull
5. Publicatiemoment
1. Aanpassing NVI

Binnen GES is de afgelopen negen maanden een discussie geweest over het fokdoel, waarbij de aanpassing van NVI centraal stond. Deze discussie heeft niet alleen geleid tot een aanpassing van NVI, maar ook van Inet en vruchtbaarheidsindex en de introductie van de geboorteindex(Gin).
Een belangrijk onderdeel van de aanpassing is ook een andere opbouw van Inet, waarbij al rekening is gehouden met veranderingen in 2015, te weten de afschaffing van het melkquotum. Daarnaast is overleg geweest met de zuivel over wijze van uitbetaling in de toekomst.
De nieuwe formules, vastgesteld door GES en geldig vanaf april 2012, zijn als volgt:
NVI = 0,35*Inet +0,09*lvd + 5,2*(UGH-100) + 5,2*(VRU-100)
+ 5,2*(Uier-100) +6*(Beenwerk-100) + 2*(Gin-100)

Inet = -0,03 kg melk + 2,2 kg vet + 5,0 kg eiwit

UGH = 0,477*(SCM -100) + 0,641*(CM -100)
SCM = fokwaarde voor subklinische mastitis
CM = fokwaarde voor klinische mastitis

VRU = 0,52* (IEL-100) + 0,52*(TKT-100) + 100
IEL = fokwaarde voor interval eerste-laatste inseminatie
TKT = fokwaarde voor tussenkalftijd

Gin = 0,08*(GEB-100) + 0,08*(AFK-100) + 0,55*(LVG-100) + 0,83*(LVA-100) +100
Gin = geboorteindex
GEB = fokwaarde voor geboorteverloop
AFK = fokwaarde voor afkalfgemak
LVG = fokwaarde voor levensvatbaarheid bij geboorte
LVA = fokwaarde voor levensvatbaarhaeid bij afkalven

2. Vleesindex

Bij de berekening van de vleesindex zijn een tweetal aanpassingen doorgevoerd, te weten het gebruik van een multiple trait diermodel in plaats van een single trait stiermodel en het gebruik van Vlaamse slachtgegevens.
Door het gebruik van een multiple trait diermodel wordt voortaan beter rekening gehouden met de genetische aanleg van koeien waarmee een stier gepaard is, en wordt er gebruik gemaakt van correlaties tussen de kenmerken. Tevens wordt de basis bepaald door dieren geboren in 2005. Bij het stiermodel werd de basis bepaald door een groep stieren met fokwaarden.
Door het gebruik van Vlaamse gegevens zijn er meer gegevens beschikbaar gekomen, met name voor Belgisch-witblauwstieren.
De erfelijkheidsgraden en genetische correlaties zijn gelijk gebleven.

3. Verwantschapsgraad

De verwantschapsgraad van een dier is een maat voor de mate waarin een dier gemeenschappelijke genen heeft met een bepaalde populatie waarin dit dier gebruikt wordt. Met de verwantschapsgraad kan eenvoudig worden bepaald wat een zogenaamde ‘outcross’-stier is.
Door het berekenen en publiceren van de verwantschapsgraad van stieren zal de inteelt binnen de hele populatie niet worden teruggedrongen.
De verwantschapsgraad is alleen geldig voor een stier die gebruikt wordt binnen het eigen ras.
Wanneer een stier wordt gebruikt in bijvoorbeeld een gebruikskruising met een koe van een ander ras, zal de verwantschapsgraad van de stier met dat dier nul zijn.
De verwantschapsgraden worden berekend voor KI-geteste stieren, geboren vanaf 1995 en waarvan minimaal 87,5 procent van de genen afkomstig zijn van hetzelfde ras.
Voor de referentiepopulatie zijn de vrouwelijke dieren genomen, die op het moment van berekening levend zijn en die minimaal 87,5 procent genen hebben van hetzelfde ras.
Verwantschapsgraden zijn berekend voor zwartbont Holstein Friesian, roodbont Holstein Friesian en van rassen die hun oorsprong in Nederland en Vlaanderen hebben: Fries Hollands, MRIJ, Blaarkop, Belgisch Blauw en het Brandrode ras.
De berekende verwantschapsgraad wordt in percentage uitgedrukt, als een geheel getal. Dus bijvoorbeeld bij een stier komt een getal 6 of 8 te staan, wat betekent 6 of 8 procent verwantschap.

4. Omrekening via Interbull

De aanpassing betreft het gebruik van een meer volledige afstamming van stieren.
Bij de huidige omrekening wordt gebruikgemaakt van de vader en moedersvader van een stier. Vanaf april 2012 zal de hele afstamming van een stier worden gebruikt, te weten de vader en moeder alsook al hun voorouders.
Het grote voordeel van de aanpassing is dat de omrekening van stieren meer consistent wordt. Voor een klein deel van de stieren gold tot nu toe dat de rangorde bij de omrekening meer veranderde dan je mocht verwachten. Dit kwam door het beperkt gebruik van de afstammingsinformatie, waarbij alleen de vader en moedersvader werden meegenomen en de moedersmoeder als onbekend werd meegenomen. De moedersmoeder werd effectief vervangen door een genetische groep.
5. Publicatiemoment

Het tijdstip van publicatie van stierindexen door GES is met ingang van april 2012 verschoven van dinsdag naar woensdag om 11.00 uur. Daarmee komt de datum van de eerstvolgende publicatie op 4 april.

Nieuws vanuit Interbull

Productie:
ZAF (JER) : gebruik van een nieuw model, waarbij proefmelkingen van verschillende lactaties voortaan als een verschillend kenmerk worden geanalyseerd.

DFS (HOL,RDC,JER): gebruik van nieuwe parameters

ITA (SIM) : aanpassing van editing van data

Exterieur:
ZAF (JER) : aanpassing model en nieuwe parameters.

FRA (HOL) : een nieuw overall uier score en openheid wordt niet meer opgestuurd als indicator voor conditiescore. Voortaan wordt de fokwaarde voor conditiescore opgestuurd.

GBR (HOL) : Ierse data wordt niet meer gebruikt in de fokwaardeschatting.

IRL (HOL): doet voor het eerst mee (voorheen werd de data geanalyseerd in de fokwaardeschatting van GBR).

Geboortekenemrken:
DEU (HOL,RDC): doet voor het eerst mee.

Levensduur:
ZAF (JER) ): doer voor het eerst mee.

Vruchtbaarheid:
IRL (HOL): stuurt tussenkalftijd op voor de kenmerken interval afkalven-1e inseminatie en interval 1e-laatste inseminatie.

Gebruikskenmerken:
NOR(RDC): gedrag tijdens het melken wordt voortaan geanalyseerd met een diermodel.

Uiergezondhied/celgetal:
ZAF (JER) : gebruik van een nieuw model, waarbij proefmelkingen van verschillende lactaties voortaan als een verschillend kenmerk worden geanalyseerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *