Fokwaardeschatting april 2010

categorie AEU, Fokwaarden
1
apr
2010
0
Reacties

Bij de Fokwaardeschatting in Nederland en Vlaanderen van april 2010 zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de januari 2010 run:

Basisaanpassing
Bij alle kenmerkgroepen wordt de basisaanpassing 2010 doorgevoerd. Iedere 5 jaar wordt de basis van de fokwaarden opnieuw bepaald. De huidige basis wordt voor diermodellen bepaald door koeien geboren in het jaar 2000, en wordt voor stiermodellen bepaald door stieren geboren in 1996-1997. De nieuwe basis 2010 wordt bij fokwaarden die met een diermodel worden berekend bepaald door koeien geboren in 2005. Bij kenmerken die met stiermodellen worden berekend wordt de basis bepaald door stieren geboren in 2001-2002, voor MRIJ-stieren geldt geboren in 1998-2002.
De zwartbontbasis wordt bepaald door dieren met rascode HF8 of HF7 en zwarte haarkleur, de roodbontbasis door HF8 of HF7 en rode haarkleur en de MRIJ-basis door MRIJ8 of MRIJ7 (stierenbasis voor MRIJ wordt bepaald door stieren geboren in 1998-2002, in verband met de lagere aantallen stieren per geboortejaar). De basisaanpassingen voor de 3 bases staan vermeld in Tabel 1.

De berekening van de vruchtbaarheidsindex is tevens verbeterd; eerder werd de index uitgerekend en daarna op de juiste basis gezet. Vanaf april 2010 worden alleen de onderliggende kenmerken omgerekend, waarna de index wordt uitgerekend op de betreffende basis. Dit is conform de methode waarop bijvoorbeeld ook Inet wordt omgerekend van de ene basis naar de andere.

Tabel 1: Aanpassing van basis per april 2010 voor een aantal kenmerken voor de drie basis zwartbont, roodbont en lokaal
Basis Lokaal i.p.v. MRIJ
Vanaf april 2010 wordt basis MRIJ vervangen door basis LOKAAL. Echter, het zijn nog steeds de MRIJ dieren die de basis bepalen. Lokale rassen die tot op heden op zwartbont- of roodbontbasis werden gepubliceerd, worden vanaf april 2010 op basis lokaal gepubliceerd. Hierdoor wordt de schaling van die fokwaarden verbeterd. Tot de lokale (melk)rassen worden gerekend:
– MRIJ (MRIJ)
– Blaarkop (G)
– Fries Hollands (FH)
– Fries Roodbont (FR)
– Lakenvelder (LV)
– Witrik (WR)
– Brandrood (BRR)
– West-Vlaams Rood (BRD)
– Oost-Vlaams Wit-Rood (BWR)
– Belgisch Rood (BR)
– Belgisch Blauw Mixte (WBD)

Tevens zal Jersey vanaf april 2010 op de roodbontbasis worden gepubliceerd. Voorheen werden de fokwaarden van Jersey-dieren op zwartbontbasis gepubliceerd.

Klauwgezondheidsindex
In april 2010 wordt de klauwgezondheidsindex geïntroduceerd. Deze nieuwe index bestaat uit fokwaarden voor zes onderliggende klauwaandoeningen: Bevangenheid, Mortellaro, Stinkpoot, Zoolzweer, Tyloom en Wittelijn defect. In het Veeteeltnummer Februari 2 staat een uitgebreid artikel met meer informatie, dit artikel staat ook op de site onder fokwaarden/achtergrondinformatie/artikelen.
De nieuwe klauwgezondheidsindex zal in de perspublicatie voor stieren worden opgenomen. De onderliggende fokwaarden van de zes klauwaandoeningen zullen zichtbaar worden in ‘stierzoeken’.
De nieuwe fokwaarde is mogelijk doordat gegevens van klauwbekappers beschikbaar zijn gekomen via de Agrarische Bedrijfsverzorging (AB) en de Vereninging voor RundveePedicuren (VvRVP). Gegevens van circa 10 procent van de melkveebedrijven in Nederland zijn beschikbaar. De klauwgezondheidindex van stieren geeft de veehouder informatie over de mate van vatbaarheid voor en voorkomen van klauwaandoeningen bij dochters van stieren.

MRIJ-DN
In april 2009 werd voor het eerst de MRIJ-DN lijst gepubliceerd. Dit is één gezamenlijke lijst voor Nederlandse en Duitse MRIJ stieren voor productie, celgetal en exterieur. Vanaf april 2010 wordt deze lijst uitgebreid met de kenmerken vruchtbaarheid en karakter en melksnelheid.

Levensduur
Bij de fokwaardeschatting voor levensduur wordt de afstammingsinformatie van stieren uitgebreid door ook de moederlijn in de berekening mee te nemen. Voor een stier wordt er dan gebruik gemaakt van zijn volledige afstamming in vader- en moederlijn. Dit verbetert met name de fokwaarden van jonge stieren, waarbij de overgang van verwachtingswaarde naar de eerste fokwaarde minder veranderingen in de fokwaarde zal laten zien. Tevens zullen de fokwaarden van de jongste jaargang stieren gemiddeld hoger (ca. 80 dagen) uitkomen.

Robuustheid
De fokwaarde voor robuustheid is vanaf april geheel gebaseerd op scores van inspecteurs voor dit kenmerk. Voor dieren die in de periode van 1998 tot mei 2007 zijn gekeurd wordt een robuustheidscore afgeleid via de module. Deze afgeleide robuustheidscore wordt als voorspeller (gecorreleerd kenmerk) gebruikt in de fokwaardeschatting voor robuustheid. Hiermee wordt gegarandeerd dat alle stieren toch een zo betrouwbaar mogelijk fokwaarde voor robuustheid krijgen.

Internationale fokwaardeschatting
Bij de fokwaardeschatting in andere landen zijn er geen opvallende wijzigingen doorgevoerd voor de publicatie van april 2010.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *