Fokwaardeschatting 2009

categorie AEU, Fokwaarden
1
apr
2009
0
Reacties

Bij de fokwaardeschatting van april 2009 zijn in de berekeningen van de fokwaarden de volgende aanpassingen doorgevoerd:

  • vernieuwing van de uiergezondheidsindex en het beschikbaar komen van fokwaarde voor klinische en subklinische mastitis
  • aanpassing van vruchtbaarheidsindex
  • aanpassing van fokwaardeschatting voor robuustheid
  • introductie van MRY-DN fokwaarden
  • omrekening melksnelheid voor Jersey en Brown Swiss
  • weglaten SEG (Luxemburg) gegevens
  • nieuwe parameters voor melkproductiekenmerken en celgetal
  • nieuwe parameters voor karakter en melksnelheid
  • nieuwe parameters voor vleesindex-kenmerken

Vernieuwing van de uiergezondheidsindex
In april 2009 wordt er een verbeterde uiergezondheidsindex geïntroduceerd. Deze nieuwe index bestaat uit de fokwaarde voor klinische mastitis (weging 0,641) en de fokwaarde voor subklinische mastitis (weging 0,477). Betrouwbare gegevens over klinische mastitis zijn niet op grote schaal beschikbaar voor de fokwaardeschatting. Onderzoek van het UierGezondheidsCentrum Nederland (UGCN) waarvoor wel gegevens over klinische mastitis beschikbaar waren heeft laten zien dat de fokwaarde voor klinische mastitis heel goed voorspeld kan worden met een vijftal indicatorkenmerken, die afgeleid zijn van celgetal. Gegevens over klinische mastitis voegen dan nauwelijks nog iets toe. De betrouwbaarheid van de nieuwe index is aanzienlijk hoger dan de oude index (van ruim 50% naar ruim 85%). De hogere betrouwbaarheid zal ook resulteren in een hogere spreiding in de fokwaarden voor stieren. Hierdoor zijn de stieren die een goede uiergezondheid vererven beter te onderscheiden.
Voor stieren en koeien zullen gelijktijdig ook de fokwaarde voor klinische en subklinische mastitis beschikbaar komen.
Voor stieren zullen naast de index voor uiergezondheid (UGH) ook fokwaarden voor klinische mastitis (CM) en subklinische mastitis (SCM) beschikbaar komen. De fokwaarden worden als relatieve fokwaarden gepresenteerd, met een gemiddelde van 100 en een spreiding van 4. Een hogere index of fokwaarde betekent minder (sub)klinische mastitis.
De nieuwe formule voor de uiergezondheidsindex is als volgt:

UGH = 0,641*(CM-100) + 0,477*(SCM-100) + 100

Voor stieren die geen Nederlandse of Vlaamse dochters hebben wordt de (omgerekende) fokwaarde celgetal gebruikt als indicator voor de uiergezondheidsindex.

Vruchtbaarheidsindex
Bij het tot stand komen van de NVI was al naar voren gekomen dat het lastig is om de ongunstige genetische respons, oftewel een verslechtering van de kenmerken door selectie op NVI, voor de kenmerken in de vruchtbaarheidsindex te vermijden. Het voorkomen van een ongunstige respons voor zowel het percentage non-return (NR56) als tussenkalftijd (TKT) kost teveel respons op de overige NVI-kenmerken (31-58% lagere respons voor melkproductiekenmerken). Nu is de inweging op basis van economie 14% voor percentage non-return en 86% voor tussenkalftijd. Bij gelijke inweging van beide kenmerken gaat het percentage non-return nog steeds iets achteruit, maar minder dan met de huidige vruchtbaarheidsindex. Daarom krijgen percentage non-return en tussenkalftijd per april 2009 een gelijke weging in de vruchtbaarheidsindex. Dit is dus een wijziging van het fokdoel en houdt in dat non-return en tussenkalftijd evenveel bijdragen aan de VRU-index.
De nieuwe formule voor de vruchtbaarheidsindex is als volgt:

VRU = 0,684*(NR56-100) + 0,684*(TKT-100) + 100

Robuustheid
Robuustheid wordt met een module afgeleid uit de lineaire onderbalkkenmerken voorhand, inhoud, conditiescore en kruisbreedte. Robuustheid heeft een directe link met levensduur. Tot nu toe is steeds de modulescore gebruikt voor de fokwaardeschatting. Sinds mei 2007 beoordelen inspecteurs deze score en passen die naar boven of naar beneden toe aan. Vanaf april 2009 wordt de inspecteurscore gebruikt voor de fokwaardeschatting. Waar deze ontbreekt wordt een score op koeniveau afgeleid uit de onderbalkkenmerken onderbalkkenmerken voorhand, inhoud, conditie en kruisbreedte.
Als stieren geen dochters hebben score voor robuustheid, krijgen ze een fokwaarde op basis van fokwaarden voor de onderbalkkenmerken voorhand, inhoud, conditie en kruisbreedte. Dit laatste zal gelden voor buitenlandse stieren die geen gekeurde dochters in Nederland en Vlaanderen hebben.

MRY-DN fokwaarden
Om te komen tot betere samenwerking tussen de MRIJ en Doppel Nutzung(DN) fokprogramma¿s is er behoefte aan één gezamenlijke stierenlijst, op basis van de Interbull fokwaarden. Vanaf april 2009 is de rangorde van de MRIJ en DN stieren in Nederland en Duitsland gelijk voor de productiekenmerken, celgetal en exterieur. Wel blijven de fokwaarden nog gepubliceerd op eigen basis en met eigen schaal. Dus de Nederlandse/Vlaamse fokwaarden voor exterieur blijven een gemiddelde van 100 en een spreiding van 4 houden, terwijl de Duitse fokwaarden een gemiddelde van 100 en een spreiding van 12 houden. Echter de rangorde van de MRIJ en DN stieren is in beide landen exact gelijk voor de productiekenmerken, celgetal en exterieur.
De fokwaarden van MRIJ en DN stieren die op de gezamenlijke lijst voor MRIJ¿DN stieren staan worden gecodeerd met de letter M.

Omrekening melksnelheid
Via Interbull komen omrekeningen voor melksnelheid beschikbaar voor de rassen Brown Swiss en Jersey.
Voor Brown Swiss is er een omrekening met Canada, Zwitserland, Duitsland en Italië.
Voor Jersey is er een omrekening met Canada en Nordic Evaluation (Denemarken, Zweden en Finland).

SEG-gegevens
Van de voormalige Luxemburgse organisatie SEG worden vanaf april 2009 de productie- en celgetalgegevens als ook de keuringen niet meer gebruikt in de NVO-fokwaardeschatting. Het gaat hierbij om ca 75.000 lactaties van ca 37.500 koeien en 460 keuringen.

Nieuwe parameters voor melkproductiekenmerken en celgetal
De parameters (erfelijkheidsgraden en correlaties) zijn ge-update. Effecten op stierfokwaarden zijn erg klein.
Voor celgetal wordt een iets hogere erfelijkheidsgraad (ca 2% hoger) gebruikt en is de correlatie tussen lactatie 2 en 3 hoger(van 0,67 naar 0,80). Voor een aantal stieren zal de betrouwbaarheid van de fokwaarde celgetal stijgen.

Nieuwe parameters voor karakter en melksnelheid
De parameters (erfelijkheidsgraden en correlaties) zijn ge-update.
De erfelijkheidsgraad voor scores voor melksnelheid in Nederland is 0,23 en in Vlaanderen 0,19. De genetische correlatie tussen Nederlandse scores voor melksnelheid en Vlaamse scores voor melksnelheid is 0,99 (was 0,99).
De erfelijkheidsgraad voor scores voor karakter in Nederland is 0,12 en in Vlaanderen 0,11. De genetische correlatie tussen Nederlandse karakterscores en Vlaamse scores is 0,83 (was 0,77).
Effecten op stierfokwaarden zijn klein.

Nieuwe parameters voor vleesindex-kenmerken
De parameters (erfelijkheidsgraden en correlaties) zijn ge-update. Effecten op stierfokwaarden zijn klein.

Aanpassing publicatieregel buitenlandse stieren voor productie
In april is een aanpassing in publicatieregels doorgevoerd voor stieren die in twee Interbull evaluaties een productiefokwaarde hebben. Voor deze stieren geldt nu dat, die fokwaarden worden gekozen waarvan de gemiddelde betrouwbaarheid van fokwaarde melk, vet en eiwit het hoogst is. Tot en met de januari 2009 fokwaardeschatting werd hierbij de keus gemaakt op basis van de betrouwbaarheid van de eiwitfokwaarde. Deze aanpassing heeft alleen consequenties voor Holstein stieren die in Zwitserland zijn gebruikt en waarvan Zwitserland fokwaarden stuurt naar de Interbull Holsteinevaluatie en Simmentalevaluatie. Afgelopen januari zijn van een aantal Holstein stieren de fokwaarden overgenomen uit de Simmentalevaluatie, waarbij voorheen de Holsteinevaluatie werd gebruikt. Vanaf april 2009 zullen de betreffende stieren uit de Holsteinevaluatie worden overgenomen.

Internationale fokwaardeschatting
In de fokwaardeschattingen in andere landen zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd voor de publicatie van april 2009:

Canada:
– exterieur, Holstein: besloten is om fokwaarden voor conditie niet op te sturen naar Interbull

Italië :
– productie, Holstein: 1 jaar data is verwijderd en de basis is aangepast
– exterieur, Holstein: 1 jaar data is verwijderd en de basis is aangepast
– celgetal , Holstein: 1 jaar data is verwijderd en de basis is aangepast
– geboorteverloop, Holstein: 1 jaar data is verwijderd en de basis is aangepast
– levensduur, Holstein: 1 jaar data is verwijderd en de basis is aangepast

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *